Hoe vaak een krachtmeter, dynamometer, loadcell of load shackle moet worden gekalibreerd, is een vraag die elke auditor stelt en waarop geen wet een vast antwoord geeft. Het interval komt uit uw eigen kwaliteitssysteem en moet onderbouwd zijn. In dit artikel leest u welke aanknopingspunten normen bieden, welke factoren het interval korter of langer maken en hoe u met de certificaten van krachtkalibratie een goed onderbouwde keuze maakt.
Wat zeggen de normen?
Voor de meeste krachtmeetmiddelen geldt geen wettelijke ijkplicht; die bestaat wel voor weegschalen waarmee wordt afgerekend. Kwaliteitsnormen zoals ISO 9001 vragen dat meetmiddelen met vastgestelde intervallen worden gekalibreerd en dat u die intervallen kunt verantwoorden. Enkele concrete aanknopingspunten:
- ISO 376 stelt de maximale geldigheid van een kalibratie van referentie-krachtopnemers op 26 maanden.
- ISO 7500-1 gaat over de verificatie van trek- en drukbanken; die wordt in de regel jaarlijks uitgevoerd.
- Fabrikanten van dynamometers en kraanwegers adviseren doorgaans een jaarlijkse kalibratie.
- Voor hijsmiddelen geldt daarnaast een periodieke keuring van het hijsdeel zelf; dat is een aparte beoordeling, geen kalibratie van de meting.
Een goed startpunt: 12 maanden
Voor een nieuw of onbekend meetmiddel is een interval van twaalf maanden een verstandig begin. Het sluit aan op de meeste fabrikantadviezen, past in een jaarlijkse auditcyclus en geeft na twee kalibraties al een eerste beeld van de stabiliteit. Kies een korter interval bij:
- intensief of ruw gebruik, zoals dagelijks hijsen, schokbelastingen of gebruik buiten;
- metingen met directe gevolgen voor veiligheid, zoals proefbelastingen en het bewaken van werklasten;
- kleine toleranties ten opzichte van de nauwkeurigheid van het meetmiddel;
- een onbekende of slechte historie, bijvoorbeeld na aanschaf van gebruikt materieel.
Wanneer direct opnieuw kalibreren?
Los van het interval zijn er gebeurtenissen die een nieuwe kalibratie nodig maken, ongeacht de datum op het certificaat:
- Overbelasting, ook kortstondig: het meetlichaam kan blijvend zijn vervormd.
- Val of stoot van opnemer of indicator.
- Reparatie of vervanging van kabel, connector, versterker of display, omdat de meetketen dan verandert. Zie sensor of complete meetketen.
- Afwijkende nul na ontlasten, of een aanwijzing die niet stabiel wordt.
- Vocht of corrosie aan opnemer of connector.
- Lange opslag zonder gebruik, zeker bij mechanische krachtmeters.
Het interval onderbouwd verlengen
Een interval mag langer worden als de historie dat rechtvaardigt. Vergelijk daarvoor de afwijkingen op opeenvolgende certificaten bij dezelfde meetpunten. Blijft de verandering tussen twee kalibraties ruim binnen de tolerantie die u voor het meetmiddel hanteert, dan is een verlenging naar bijvoorbeeld 18 of 24 maanden te verdedigen. Houd daarbij de harde grenzen uit de normen aan, zoals de 26 maanden van ISO 376, en leg de onderbouwing vast in uw meetmiddelenregister. Een praktische checklist vindt u in checklist meetmiddelenbeheer.
Let op: een stabiele afwijking is iets anders dan een kleine afwijking. Een opnemer die elk jaar 0,3 % afwijkt is voorspelbaar en kan met een correctie prima bruikbaar zijn. Een opnemer die het ene jaar 0,1 % en het volgende jaar 0,4 % afwijkt, vraagt juist om een korter interval.
Tussentijdse controles
Tussen twee kalibraties kunt u zelf vinger aan de pols houden:
- een controlelast met bekende massa, bijvoorbeeld een gekalibreerd gewicht, bij een dynamometer of kraanweger;
- een vaste referentiebelasting in de installatie, bij een loadcell in een pers of doseersysteem;
- de shunt- of cal-functie van de indicator als controle van elektronica en kabel, niet als kalibratie;
- een nulcontrole na elk gebruik.
Noteer de resultaten. Ze zijn geen vervanging van de kalibratie, maar laten wel zien of het meetmiddel tussentijds is veranderd en versterken de onderbouwing van uw interval.
Richtwaarden per type meetmiddel
Als startpunt, altijd aan te passen aan uw eigen gebruik en risico:
| Meetmiddel | Gebruikelijk interval | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Dynamometer of krachtmeter in de hijstechniek | 12 maanden | Sluit aan op de periodieke keuring van hijsmiddelen; eerder na schokbelasting |
| Load shackle of load pin | 12 maanden | Inbouw en pen slijten; controleer ook de nul na gebruik |
| Loadcell in pers, assemblagelijn of doseersysteem | 12 maanden, bij stabiele historie 24 | Kalibreer als complete meetketen met de eigen indicator |
| Hydraulische vijzel of cilinder met krachtuitlezing | 12 maanden | Na elke revisie van afdichtingen of manometer opnieuw kalibreren |
| Kraan- of hangweegschaal | 12 maanden | Bij gebruik voor afrekenen geldt bovendien de ijkplicht, zie weegschaal ijken |
| Referentie-opnemer volgens ISO 376 | 12 tot 24 maanden, maximaal 26 | Klasse vervalt bij wisselen van de uitlezing |
Gebruikt u een meetmiddel zelden, bijvoorbeeld alleen bij een jaarlijkse proefbelasting? Plan de kalibratie dan kort vóór dat gebruik, zodat het certificaat op het moment van de meting geldig en recent is.
Plan het in en laat u herinneren
Het belangrijkste risico is niet een verkeerd interval, maar een verlopen certificaat dat niemand opmerkte. Leg per meetmiddel de volgende kalibratiedatum vast en laat u tijdig herinneren. In het klantportaal van MASSLAB ziet u per krachtmeetmiddel de historie en de vervaldatum en ontvangt u automatisch een herinnering.
Samengevat
Begin met een interval van twaalf maanden, korter bij zwaar gebruik of veiligheidskritische metingen, en verleng alleen op basis van een aantoonbaar stabiele historie en binnen de grenzen van de normen. Kalibreer direct opnieuw na overbelasting, val, reparatie of een afwijkende nul. Wilt u uw krachtmeter, dynamometer of load shackle laten kalibreren? Bekijk de mogelijkheden bij krachtkalibratie in trek en druk.