Een gewicht heeft geen bewegende delen en geen elektronica. Toch verandert de massa langzaam door slijtage, vuil, vocht en corrosie. De vraag is dus niet óf een gewicht moet worden herkalibreerd, maar hoe vaak. Op die vraag bestaat geen standaardantwoord: OIML R111 en de wet schrijven geen termijn voor.
In dit artikel leest u wie het interval bepaalt, welke factoren meewegen en hoe u een interval met certificaten onderbouwt. Wat er bij de kalibratie zelf gebeurt, staat op onze pagina over gewichten kalibreren. Gaat het om de termijn voor weegschalen, lees dan Hoe vaak moet een weegschaal gekalibreerd worden? Bij gewichten spelen namelijk andere factoren een rol.
Wie bepaalt het interval?
De eigenaar van het gewicht bepaalt het interval. ISO 9001 vraagt dat meetmiddelen met vastgestelde tussenpozen worden gekalibreerd of geverifieerd, maar noemt geen termijn. Hetzelfde geldt voor HACCP, BRC, IFS en GMP. Die systemen verwachten wel dat u uw keuze kunt uitleggen aan een auditor.
Soms legt een klant, een brancheorganisatie of een interne procedure een maximale termijn op. Dan is dat de bovengrens. Binnen die grens bent u vrij om te kiezen, zolang u het onderbouwt. Een kalibratielaboratorium kan adviseren, maar de beslissing blijft bij u. Voor wie het grondig wil aanpakken, beschrijft de richtlijn OIML D 10, die samen met ILAC is opgesteld, verschillende methoden om intervallen vast te stellen.
Voor een eerste kalibratie is een jaar een gebruikelijk startpunt. Dat is geen regel, maar een redelijke keuze zolang u nog geen gegevens over het gedrag van uw gewichten hebt.
Vijf factoren die het interval bepalen
1. Klasse
Hoe fijner de klasse, hoe kleiner de toegestane afwijking en hoe sneller een kleine verandering telt. Een F1-gewicht van 1 kg mag 5 mg afwijken. Een vingerafdruk of wat stof is daar al merkbaar. Een M1-gewicht van dezelfde nominale waarde heeft 50 mg speelruimte en verdraagt meer.
2. Gebruiksfrequentie
Een gewicht dat dagelijks op een weegschaal wordt gezet, slijt sneller dan een referentiegewicht dat een paar keer per jaar uit de koffer komt. Elk contact met een weegschaal, een werkbank of een ander gewicht kan een klein beetje materiaal wegnemen of vuil toevoegen.
3. Hantering
Wie gebruikt het gewicht en hoe? Gewichten die met pincet of handschoenen worden gepakt, blijven stabieler dan gewichten die met blote handen worden verplaatst. Bij zware gewichten telt of ze met een hijsoog worden gehesen of over een vloer worden geschoven.
4. Omgeving
Een droge, schone laboratoriumruimte is gunstig. Een natte productiehal, een koelcel of een buitenopstelling bij een weegbrug is dat niet. Vocht versnelt corrosie, zeker bij gietijzer met een beschadigde laklaag. In stoffige omgevingen hoopt vuil zich op in naden en justeerholtes.
5. Historie
De belangrijkste factor is wat eerdere certificaten laten zien. Een gewicht dat jaar na jaar vrijwel dezelfde waarde heeft, verdient een ander interval dan een gewicht dat telkens een stukje verschuift.
Van startinterval naar onderbouwd interval
Na drie of meer kalibraties kunt u het gedrag van een gewicht beoordelen. Kijk daarbij niet alleen of het gewicht binnen de klasse valt, maar vooral hoeveel ruimte er nog over is. Die ruimte is de maximaal toelaatbare afwijking (MPE), min de gemeten afwijking, min de meetonzekerheid. Twee voorbeelden van gewichten die drie jaar achter elkaar zijn gekalibreerd:
| Gewicht | MPE | Kalibratie 1 | Kalibratie 2 | Kalibratie 3 | Beoordeling |
|---|---|---|---|---|---|
| 20 kg, klasse M1 | ±1.000 mg | +180 mg | +200 mg | +215 mg | Verschuift ongeveer 20 mg per jaar, ruime marge: verlengen is verdedigbaar |
| 1 kg, klasse F1 | ±5 mg | +1,2 mg | +2,3 mg | +3,1 mg | Verschuift ongeveer 1 mg per jaar, marge bijna op: niet verlengen, eerder reinigen of justeren |
Stel dat de meetonzekerheid bij het F1-gewicht 1,0 mg is. Dan is de laatste uitkomst 3,1 mg plus 1,0 mg, samen 4,1 mg. Dat past nog binnen 5 mg, maar bij dezelfde verschuiving is die ruimte na nog een jaar op. Het M1-gewicht heeft na drie jaar nog honderden milligrammen marge. Hoe u afwijking en onzekerheid samen leest, staat in Meetonzekerheid op het kalibratiecertificaat van gewichten.
Verlengen of verkorten: zo onderbouwt u het
Een interval aanpassen mag, als u het vastlegt. Een praktische aanpak:
- Verzamel de resultaten van minimaal drie kalibraties per gewicht of per set.
- Bepaal de verschuiving tussen opeenvolgende kalibraties. Let op justeringen: na een justering begint de reeks opnieuw.
- Vergelijk met de marge. Is de verschuiving per interval klein ten opzichte van de resterende marge, dan kunt u verlengen, bijvoorbeeld van één naar twee jaar.
- Verkort bij onrust. Wisselende of groter wordende afwijkingen zijn een reden om het interval juist in te korten.
- Leg de beslissing vast in uw meetmiddelenregister, met de gegevens waarop u haar baseert.
Verleng niet alles in één keer. Een set met veel gewichten kan in de praktijk sterk uiteenlopen: de kleine plaatjesgewichten veranderen vaak sneller dan de grote. Het interval van de set wordt dan bepaald door de gevoeligste gewichten. Een overzicht van wat een auditor wil zien, vindt u in de checklist meetmiddelenbeheer.
Signalen om eerder te kalibreren
Los van het vaste interval zijn er situaties waarin u niet op de volgende kalibratiedatum moet wachten:
- het gewicht is gevallen, gestoten of met kracht tegen iets anders geslagen;
- er zijn krassen, deuken of beschadigingen aan het oppervlak zichtbaar;
- de laklaag van een gietijzeren gewicht is beschadigd of er is roest ontstaan;
- de afsluiting van de justeerholte is los, beschadigd of ontbreekt;
- het gewicht is in aanraking geweest met vloeistof, olie of chemicaliën;
- uw eigen controles op een weegschaal laten een onverklaarbare verschuiving zien;
- het gewicht is uitgeleend, gehuurd of door onbekenden gebruikt.
Twijfelt u, leg het gewicht dan apart tot het is gecontroleerd. Een afwijkend gewicht kan een goede weegschaal laten afkeuren, of een afwijkende weegschaal laten goedkeuren.
Tussentijds controleren
Tussen twee kalibraties kunt u zelf vroeg signalen opvangen. Zet een werkgewicht op een stabiele weegschaal en noteer de aflezing. Of vergelijk het met een referentiegewicht dat u zorgvuldig bewaart. Zo'n controle vervangt geen kalibratie, maar laat een plotselinge verandering snel zien. Goed bewaren en hanteren maakt het verschil tussen een gewicht dat jaren stabiel blijft en een gewicht dat telkens terug moet.
Hoe MASSLAB u helpt
In ons klantportaal ziet u per gewicht de historie van alle kalibraties en de datum van de volgende. Die historie is precies wat u nodig hebt om een interval te onderbouwen. Laat een gewicht een opvallende verschuiving zien, dan bespreken wij graag met u of reinigen, justeren of een kortere termijn verstandig is. Met een onderhoudscontract plannen wij de herkalibratie van uw gewichten automatisch in. Meer over onze werkwijze leest u bij gewichten kalibreren.