Na een kalibratie krijgt u een certificaat. Vaak verdwijnt dat direct in een map, tot de auditor erom vraagt. Jammer, want het certificaat vertelt meer dan dat er gekalibreerd is. Het laat zien hoeveel uw weegschaal of gewicht afwijkt en hoe zeker die uitspraak is.
In dit artikel leest u uit welke onderdelen een kalibratiecertificaat bestaat, hoe u de resultaten en de meetonzekerheid leest en hoe u die beoordeelt tegen uw eigen eisen. De voorbeelden gaan over weegschalen en gewichten, zoals wij die kalibreren bij weegschaal kalibreren en gewichten kalibreren.
Wat staat er minimaal in een kalibratiecertificaat?
Een volwaardig certificaat bevat ten minste de onderdelen hieronder. Per onderdeel ziet u waar u op let:
| Onderdeel | Waar u op let |
|---|---|
| Identificatie van het instrument | Merk, type, serienummer of eigen nummer komen overeen met uw meetmiddelenregister. |
| Plaats en datum | Waar en wanneer is gemeten: op locatie of in het laboratorium. |
| Gebruikte referenties en herleidbaarheid | Welke gewichten of referenties zijn gebruikt en hoe die herleidbaar zijn naar nationale standaarden. |
| Omgevingscondities | Temperatuur en, waar relevant, luchtvochtigheid en luchtdruk tijdens de meting. |
| Meetresultaten per punt | Belasting of nominale waarde, aanwijzing of gemeten waarde, en de afwijking. |
| Meetonzekerheid | Per punt of als formule, met vermelding van de dekkingsfactor. |
| Uitvoerder | Wie de meting heeft uitgevoerd. |
Een document zonder meetonzekerheid is geen kalibratiecertificaat, hoe uitgebreid het verder ook is. Het is dan hooguit een controlerapport. Dat verschil is precies wat een auditor snel ziet.
Resultaten lezen bij een weegschaal
Een weegschaalkalibratie volgens EURAMET cg-18 bestaat uit drie proeven, die u terugziet op het certificaat:
- Herhaalbaarheid: dezelfde last wordt meerdere keren gewogen. De spreiding, meestal als standaardafwijking, laat zien hoe stabiel de weegschaal is.
- Excentriciteit: een last wordt op het midden en op de hoeken van het plateau gezet. De verschillen laten zien of de plaats van de last uitmaakt.
- Aanwijzingsfout: oplopende belastingen over het bereik. Per punt ziet u de belasting, de aanwijzing en de afwijking.
Kijk bij de aanwijzingsfout niet alleen naar het grootste getal, maar ook naar het patroon. Een afwijking die met de belasting oploopt, wijst vaak op een justeerkwestie. Grote verschillen bij de excentriciteit wijzen eerder op een mechanische oorzaak, zoals vuil onder het plateau. Meer over de proeven leest u in EURAMET cg-18 uitgelegd.
Staan er resultaten vóór en na justering op het certificaat, dan zijn beide van belang. De resultaten vóór justering zeggen iets over de periode sinds de vorige kalibratie. De resultaten erna vormen het startpunt voor de volgende periode.
Resultaten lezen bij gewichten
Bij gewichten ziet u per stuk de nominale waarde, de conventionele massa of de afwijking daarvan, en de uitgebreide meetonzekerheid. Vaak staat ook de OIML R111-klasse vermeld en of het gewicht binnen de maximaal toelaatbare afwijking (MPE) van die klasse valt.
Een voorbeeld: een gewicht van 1 kg in klasse M1 mag volgens OIML R111 maximaal ±50 mg afwijken. Het certificaat toont een afwijking van +18 mg met een meetonzekerheid van 5 mg. Ook in het ongunstigste geval blijft het gewicht met 23 mg ruim binnen de MPE. Voor klasse F1 is de MPE bij 1 kg echter ±5 mg, dus als F1-gewicht zou hetzelfde exemplaar niet voldoen.
De conventionele massa is geen werkelijke massa, maar een afgesproken waarde bij referentiecondities: een dichtheid van 8.000 kg/m³, een luchtdichtheid van 1,2 kg/m³ en 20 °C. Meer over de onzekerheid bij gewichten leest u in meetonzekerheid op het kalibratiecertificaat van gewichten.
Meetonzekerheid en beoordeling tegen uw toleranties
De meetonzekerheid geeft aan binnen welke marge de werkelijke afwijking waarschijnlijk ligt. Meestal staat er een uitgebreide meetonzekerheid U met dekkingsfactor k = 2. Dat komt overeen met een betrouwbaarheid van ongeveer 95%.
Een certificaat zegt niet vanzelf of uw instrument goed genoeg is. Dat beoordeelt u zelf, tegen de tolerantie die u voor uw proces hebt vastgesteld. Een eenvoudige en voorzichtige werkwijze:
- Bepaal per meetmiddel de toegestane afwijking, afgeleid van uw proces of product.
- Tel bij elk meetpunt de absolute afwijking en de meetonzekerheid bij elkaar op.
- Ligt die som binnen uw tolerantie, dan voldoet het meetmiddel op dat punt.
- Ligt de afwijking zelf al buiten de tolerantie, dan voldoet het niet.
- Ligt de afwijking binnen de tolerantie maar de som erbuiten, dan zit u in een grijs gebied. Leg vooraf in uw procedure vast hoe u daarmee omgaat.
Een voorbeeld: u eist dat een vloerweegschaal bij 300 kg niet meer dan 0,2 kg afwijkt. Het certificaat toont +0,10 kg met U = 0,06 kg. De som is 0,16 kg, dus de weegschaal voldoet. Was de afwijking +0,17 kg geweest, dan kwam de som op 0,23 kg en zat u in het grijze gebied.
Leg de beoordeling vast op of bij het certificaat, met datum, naam en conclusie. In de praktijk ontbreekt juist die stap het vaakst.
Geldigheid, audit en bewaren
Hoe lang is een certificaat geldig?
Een kalibratiecertificaat heeft geen wettelijke geldigheidsduur. Het beschrijft de toestand op de dag van de meting. Hoe lang u daarop vertrouwt, legt u zelf vast in een kalibratie-interval. Jaarlijks is een gebruikelijk startpunt, dat u bijstelt op basis van de resultaten. Zie hoe vaak moet een weegschaal gekalibreerd worden. Staat er een datum voor de volgende kalibratie op het certificaat, dan is dat een advies of afspraak, geen wettelijke termijn.
Wat controleert een auditor?
- of het certificaat hoort bij het instrument in uw register;
- of de kalibratie binnen het vastgestelde interval is uitgevoerd;
- of de herleidbaarheid naar nationale standaarden is aangetoond;
- of meetresultaten, meetonzekerheid en omgevingscondities zijn vermeld;
- of het resultaat is beoordeeld en of er bij afkeur actie is ondernomen.
Bewaren
Bewaar certificaten zolang de resultaten relevant kunnen zijn voor uw producten, en houd de historie van meerdere kalibraties per meetmiddel bij. Met die historie onderbouwt u later een langer of korter interval. Een vaste, doorzoekbare plaats per meetmiddel voorkomt zoekwerk tijdens de audit.
Hoe MASSLAB u helpt
MASSLAB kalibreert gewichten in de klassen F1, F2, M1, M2 en M3 en weegschalen van alle merken volgens EURAMET cg-18. Onze certificaten zijn herleidbaar naar nationale standaarden en vermelden de meetonzekerheid. Alle certificaten staan in ons klantportaal, samen met de planning, zodat u ze bij een audit direct bij de hand hebt. Heeft u een geaccrediteerd certificaat nodig, dan regelen wij dat op verzoek via een geaccrediteerde partner.