Bij een kalibratie blijkt dat een gewicht buiten de tolerantie van zijn klasse valt. Wat nu? Vaak is justeren de logische volgende stap: het gewicht wordt zo aangepast dat de massa weer dicht bij de nominale waarde ligt. Maar niet elk gewicht is te justeren, en niet elke justering is verstandig.
In dit artikel leest u hoe justeren bij verschillende uitvoeringen werkt, wanneer het niet kan en welke alternatieven er zijn. Justeren komt in de praktijk het vaakst voor bij industriële gewichten; zie ook onze pagina over het kalibreren en justeren van M1-, M2- en M3-gewichten.
Kalibreren en justeren zijn twee verschillende stappen
Kalibreren is meten. Het laboratorium bepaalt de conventionele massa van het gewicht, de afwijking ten opzichte van de nominale waarde en de meetonzekerheid. Aan het gewicht zelf verandert niets.
Justeren is ingrijpen. Er wordt materiaal toegevoegd of weggenomen, zodat de afwijking kleiner wordt. Na een justering is de eerdere meting niet meer geldig en moet het gewicht opnieuw worden gekalibreerd. Justeren zonder nieuwe meting bestaat dus niet. Hetzelfde onderscheid geldt voor weegschalen, zie Kalibreren, justeren en ijken van weegschalen.
Gewichten met een justeerholte
Veel gewichten hebben een afgesloten holte waarin een kleine hoeveelheid justeermateriaal zit. Via die holte kan de massa in beide richtingen worden aangepast.
Knopgewichten
Bij cilindrische knopgewichten zit de justeerholte meestal onder de knop. De holte is afgesloten met de ingeschroefde knop of met een plug. Het laboratorium opent de holte, voegt justeermateriaal toe of neemt het weg, sluit het gewicht weer af en weegt opnieuw. Soms zijn daar meerdere rondes voor nodig.
Blokgewichten
Rechthoekige blokgewichten hebben de justeerholte in de greep of in het lichaam van het gewicht, afgesloten met een plug. Bij gietijzeren blokgewichten is de volgorde belangrijk. Eerst worden vuil en roest verwijderd en wordt het gewicht opnieuw gelakt. Pas daarna wordt gejusteerd, want ook de laklaag heeft massa. Wie eerst justeert en daarna lakt, heeft een gewicht dat weer te zwaar is.
Zware massastukken
Grote massastukken hebben vaak een ruimere justeerholte. Het principe is hetzelfde, alleen gaat het om grammen in plaats van milligrammen. Een lastig punt bij oudere gewichten is een holte die is vastgeroest of dichtgelast. Dan moet eerst worden beoordeeld of de holte veilig te openen is.
Massieve gewichten: alleen lichter maken
Gewichten uit één stuk hebben geen justeerholte. E-gewichten zijn altijd massief, en ook veel F1-gewichten zijn uit één stuk gemaakt, omdat een holte een extra risico is voor stabiliteit en reinheid.
Is een massief gewicht te zwaar, dan kan het soms voorzichtig worden bijgewerkt door het oppervlak fijn te polijsten. Dat vraagt geduld: er mag maar heel weinig materiaal af, en het oppervlak moet daarna nog steeds voldoen aan de eisen van de klasse. Is een massief gewicht te licht, dan is justeren niet mogelijk. Materiaal toevoegen zonder holte kan niet op een manier die aan de norm voldoet.
Waar een laboratorium op let bij justeren
- Naar de nominale waarde, niet naar de grens. Een gewicht dat net binnen de tolerantie wordt gebracht, valt bij de volgende kalibratie weer snel buiten. Het doel is een afwijking die ruim binnen de marge ligt.
- Afwijking en onzekerheid samen. Een gewicht voldoet pas als de afwijking plus de meetonzekerheid binnen de toelaatbare afwijking blijft. Meer daarover leest u in Meetonzekerheid op het kalibratiecertificaat van gewichten.
- Stabiliteit na ingreep. Na openen, reinigen of polijsten moet een gewicht stabiel zijn voordat de eindmeting zin heeft.
- Afsluiting. De holte moet weer goed dicht, zodat er geen vuil of vocht in kan en het justeermateriaal niet kan verschuiven of verdwijnen.
Wanneer justeren niet kan of niet verstandig is
Er zijn situaties waarin justeren technisch niet lukt, en situaties waarin een andere oplossing beter past.
| Situatie | Waarom niet justeren | Alternatief |
|---|---|---|
| Massief gewicht is te licht | Er kan geen materiaal bij | Afwaarderen of gebruik met correctiewaarde |
| Gewicht valt net buiten F1, maar ruim binnen F2 | F2 volstaat voor het gebruik | Afwaarderen naar F2 |
| Referentiegewicht met lange, stabiele historie | Justeren onderbreekt de reeks waarmee u drift beoordeelt | Gebruik met correctiewaarde |
| Plaatjes- of draadgewicht is verbogen of beschadigd | Niet betrouwbaar te herstellen | Vervangen |
| Zwaar aangetaste corrosie of vastgeroeste holte | Het gewicht blijft niet stabiel | Vervangen of eerst herstellen, daarna beoordelen |
Afwaarderen naar een lagere klasse
Een gewicht dat niet meer aan F1 voldoet, doet dat vaak nog wel aan F2. Voor de eisen aan materiaal en oppervlak is een lagere klasse geen probleem. Kijk wel of de lagere klasse past bij de weegschaal die u ermee controleert. De keuzeregel uit OIML R76 blijft gelden: de fout van het gewicht is hoogstens een derde van de toelaatbare fout van de weegschaal. Leg de nieuwe klasse vast in uw meetmiddelenregister en markeer het gewicht of de koffer duidelijk.
Gebruik met de gemeten waarde
Als uw procedure dat toestaat, kunt u een gewicht ook blijven gebruiken met de conventionele massa van het certificaat in plaats van de nominale waarde. Bij een afwijking van +7 mg op een gewicht van 1 kg rekent u dan met 1.000,007 g. Dat is vooral zinvol voor referentiegewichten in een laboratorium. Op de werkvloer, waar gewichten snel en met de nominale waarde worden gebruikt, is dat foutgevoelig.
Wat er op het certificaat staat
Wordt een gewicht gejusteerd, dan horen twee resultaten op het certificaat: de waarde vóór justering en de waarde na justering. In het Engels heet dat as found en as left. De waarde vóór justering is geen detail. Zij laat zien in welke staat het gewicht zich bevond terwijl u het gebruikte.
Viel een gewicht vóór justering buiten de tolerantie, beoordeel dan of de controles die u sinds de vorige kalibratie hebt uitgevoerd nog betrouwbaar zijn. Een auditor vraagt daar vaak naar. Zonder de waarde vóór justering is die beoordeling niet te maken. Hoe u ervoor zorgt dat justeren minder vaak nodig is, leest u in Kalibratiegewichten bewaren en hanteren.
Hoe MASSLAB u helpt
MASSLAB reinigt, ontroest, lakt en justeert gewichten in eigen huis, van kleine knopgewichten tot massastukken van 2.000 kg. Valt een gewicht buiten tolerantie, dan overleggen wij eerst met u: justeren, afwaarderen, gebruik met de gemeten waarde of vervangen. Na justering meten wij opnieuw, en op het certificaat staan de waarden vóór en na. Meer over de werkwijze leest u bij M1-, M2- en M3-gewichten kalibreren en F1- en F2-gewichten kalibreren.