Op elk kalibratiegewicht en elk certificaat staat een klasse: E1, E2, F1, F2, M1, M2 of M3. Die klasse komt uit OIML R111, de internationale aanbeveling voor gewichten van de Organisation Internationale de Métrologie Légale. Ze vertelt u hoeveel een gewicht maximaal mag afwijken van zijn nominale waarde, en daarmee voor welke weegschalen het geschikt is.
In dit artikel leggen wij uit hoe de klassen zijn opgebouwd, welke eisen er naast de tolerantie gelden en hoe u de klassen in de praktijk gebruikt. Onderaan vindt u de complete tolerantietabel. Wilt u weten hoe een kalibratie volgens R111 verloopt, lees dan over gewichten kalibreren in ons laboratorium.
Zeven klassen, elk ongeveer drie keer ruimer
De klassen zijn gerangschikt van fijn naar grof. E1 is de nauwkeurigste klasse, M3 de grofste. Tussen twee opeenvolgende klassen zit steeds ongeveer een factor drie. Een gewicht van 1 kg mag in klasse E1 hoogstens 0,5 mg afwijken, in E2 1,6 mg, in F1 5 mg, in F2 16 mg, in M1 50 mg, in M2 160 mg en in M3 500 mg.
De letters staan voor de toepassing waarvoor de klassen oorspronkelijk bedoeld waren. De E-klassen zijn de referentieklassen voor laboratoria, de F-klassen de fijne klassen voor precisiewegen, en de M-klassen de middenklassen voor handel en industrie. Die indeling is nog steeds een goede vuistregel.
Meer dan alleen een tolerantie
Een gewicht voldoet pas aan een klasse als het ook aan de overige eisen van R111 voldoet. Die worden strenger naarmate de klasse fijner is:
- Materiaal en dichtheid: in de fijne klassen moet de dichtheid binnen nauwe grenzen liggen, omdat de luchtopwaartse kracht anders een meetbare fout veroorzaakt. Daarom zijn E- en F-gewichten van roestvast staal. Gietijzer komt alleen voor in de M-klassen.
- Oppervlak: fijne gewichten zijn gepolijst of fijngedraaid, zonder poriën waarin vuil en vocht zich ophopen.
- Magnetisme: E- en F-gewichten mogen nauwelijks magnetisch zijn, anders beïnvloeden ze elektronische balansen.
- Vorm en justeerholte: E1- en E2-gewichten zijn meestal uit één stuk. Gewichten in de lagere klassen hebben vaak een justeerholte, die na het justeren wordt afgesloten.
Een gietijzeren M1-gewicht wordt dus geen F2-gewicht, ook al is de gemeten afwijking toevallig klein. Meer over de verschillen per materiaal leest u in gietijzer of RVS gewichten.
Waarvoor gebruikt u welke klasse?
| Klasse | Typisch gebruik |
|---|---|
| E1 | Referentie in kalibratielaboratoria, voor het kalibreren van E2-gewichten |
| E2 | Analytische balansen en semi-microbalansen; referentie voor F1-gewichten |
| F1 | Precisiebalansen en fijnere klasse III-weegschalen; referentie voor M-gewichten |
| F2 | Precisiebalansen met grovere afleesbaarheid en goede tafelweegschalen |
| M1 | Klasse III-weegschalen: winkel-, tafel-, vloer- en palletweegschalen, veel weegbruggen |
| M2 | Grovere klasse III- en klasse IIII-weegschalen |
| M3 | Grove industriële toepassingen en proefbelastingen |
Doorslaggevend is niet de naam van de weegschaal, maar de verhouding tussen de fout van het gewicht en de fout die de weegschaal mag maken. Hoe u dat uitrekent, leest u in welk kalibratiegewicht hebt u nodig, inclusief een keuzehulp.
Tolerantie en meetonzekerheid
De tolerantie uit de tabel is de maximaal toelaatbare afwijking van de conventionele massa ten opzichte van de nominale waarde. Bij een kalibratie wordt die afwijking gemeten, en elke meting heeft een meetonzekerheid. R111 stelt daarom een extra eis: de uitgebreide meetonzekerheid mag niet groter zijn dan een derde van de tolerantie.
Voor een F1-gewicht van 100 g betekent dat een tolerantie van 0,5 mg en een meetonzekerheid van hoogstens ongeveer 0,17 mg. Hoe fijner de klasse, hoe hoger de eisen aan de referentiegewichten, de comparator en de omgeving. Op het certificaat ziet u daarom altijd zowel de afwijking als de meetonzekerheid. Uitleg over het lezen daarvan vindt u in meetonzekerheid op een kalibratiecertificaat.
Wanneer een gewicht buiten zijn klasse valt
Gewichten veranderen door slijtage, vuil en corrosie. Valt een gewicht bij herkalibratie buiten de tolerantie, dan zijn er drie mogelijkheden. U laat het gewicht justeren, als de uitvoering dat toelaat. U gebruikt het verder in een lagere klasse, als het daar aan alle eisen voldoet. Of u gebruikt het met de gemeten waarde van het certificaat, als uw procedure dat toestaat. Welke keuze verstandig is, hangt af van waar u het gewicht voor gebruikt. Lees meer in gewichten justeren.
Welke klassen kalibreert MASSLAB?
MASSLAB kalibreert gewichten in de klassen F1, F2, M1, M2 en M3 in het eigen laboratorium in Geldermalsen, van 1 mg tot 2.000 kg. Wij reinigen, justeren en kalibreren volgens R111 en leveren een herleidbaar certificaat met meetonzekerheid. Voor E1- en E2-gewichten adviseren wij u over de juiste route. Nieuwe gewichten in alle klassen vindt u in onze webshop voor kalibratiegewichten.