Wie gewichten bestelt of een kwaliteitshandboek doorleest, ziet steeds andere woorden voorbijkomen: ijkgewicht, testgewicht, controlegewicht, kalibratiegewicht, referentiegewicht en massastandaard. Soms bedoelt men exact hetzelfde voorwerp, soms is er een echt verschil in functie. Die verwarring is begrijpelijk, want de woorden komen uit verschillende tijden en vakgebieden.
In dit artikel zetten wij de begrippen op een rij. Belangrijker is wat er daarna komt: waar u op moet letten als u met een gewicht weegschalen controleert. Dat is niet de naam op de verpakking, maar de nauwkeurigheidsklasse en een actueel kalibratiecertificaat. Hoe een laboratorium die gegevens vaststelt, leest u op onze pagina over het kalibreren van gewichten.
Zes woorden naast elkaar
De tabel laat zien waar u elk woord meestal tegenkomt en wat er in de praktijk mee bedoeld wordt.
| Begrip | Waar u het tegenkomt | Wat er meestal mee bedoeld wordt |
|---|---|---|
| IJkgewicht | Spreektaal, webwinkels, oudere documenten | Een nauwkeurig gewicht om weegschalen mee te controleren |
| Testgewicht | Keuringen, kalibratierapporten van weegschalen | Een gewicht waarmee een weegschaal tijdens een test wordt belast |
| Controlegewicht | Werkinstructies, HACCP-plannen | Een gewicht voor de periodieke controle door de gebruiker zelf |
| Kalibratiegewicht | Kwaliteitssystemen, handleidingen van balansen | Een gewicht met een bekende en gedocumenteerde massa |
| Referentiegewicht | Laboratoria, meetmiddelenbeheer | Het nauwkeurigste gewicht binnen een organisatie, waarmee andere gewichten of instrumenten worden vergeleken |
| Massastandaard | Metrologie, kalibratielaboratoria | Een gewicht dat als maatstaf dient in de keten van herleidbaarheid |
Eén roestvaststalen gewicht van 1 kg kan dus alle zes de namen dragen. Het verschil zit niet in het gewicht, maar in de rol die het in uw proces vervult.
Waar het woord ijkgewicht vandaan komt
IJken is een wettelijke keuring. Vroeger werden niet alleen weegschalen, maar ook de losse gewichten die in de handel werden gebruikt officieel gecontroleerd en van een ijkmerk voorzien. Wie graan, kaas of vlees afwoog op een balans met losse gewichten, moest erop kunnen vertrouwen dat die gewichten klopten. Uit die tijd stamt het woord ijkgewicht, en het is in de spreektaal blijven hangen.
Tegenwoordig wegen bedrijven met elektronische weegschalen. Gewichten dienen vooral om die weegschalen te controleren, te kalibreren en te justeren. Voor de weegschaal bestaat het ijken nog steeds, zie Metrologiewet en weegschalen. Het gewicht zelf wordt in de praktijk gekalibreerd. Een oud ijkmerk op een gietijzeren gewicht vertelt dus iets over de geschiedenis van dat gewicht, maar niets over de massa van vandaag.
Referentiegewicht en massastandaard: de plaats in de keten
De woorden referentiegewicht en massastandaard zeggen iets over de plaats van een gewicht in de herleidbaarheidsketen. Sinds 2019 is de kilogram vastgelegd via de constante van Planck. Nationale metrologie-instituten, in Nederland VSL, realiseren die definitie en geven haar door aan kalibratielaboratoria. Die laboratoria kalibreren met hun massastandaarden de gewichten van bedrijven, en bedrijven controleren met die gewichten hun weegschalen.
Elke stap in die keten voegt een beetje meetonzekerheid toe. Daarom is het referentiegewicht altijd nauwkeuriger dan het gewicht of instrument dat ermee wordt gecontroleerd. Binnen een bedrijf ziet u dat terug als u bijvoorbeeld één set F1-gewichten als referentie bewaart en daarmee eenvoudigere werkgewichten tussentijds vergelijkt. Meer over deze keten leest u in ons artikel over herleidbaarheid en kwaliteitsnormen.
Wat er echt toe doet: de klasse
Of u het nu een ijkgewicht of een testgewicht noemt, de betrouwbaarheid volgt uit de nauwkeurigheidsklasse volgens OIML R111. Die aanbeveling kent zeven klassen: E1, E2, F1, F2, M1, M2 en M3. Per klasse staat vast hoeveel een gewicht maximaal van zijn nominale waarde mag afwijken. Elke klasse is ongeveer drie keer ruimer dan de vorige.
Een voorbeeld maakt het verschil concreet. Een gewicht van 1 kg mag in klasse F1 hoogstens 5 mg afwijken, in klasse M1 hoogstens 50 mg en in klasse M3 hoogstens 500 mg. Wie een ijkgewicht van 1 kg koopt zonder klasse te noemen, weet dus niet of de afwijking in milligrammen of in tienden van grammen ligt.
Welke klasse u nodig hebt, hangt af van de weegschaal. De vuistregel uit OIML R76 is dat de fout van het gewicht hoogstens een derde mag zijn van de fout die de weegschaal bij die belasting mag maken. Voor de meeste tafel-, vloer- en palletweegschalen komt u daarmee op M1 uit, voor precisiebalansen op F1 of F2. Een uitgebreide keuzehulp vindt u in Welk kalibratiegewicht heb ik nodig?
En een actueel certificaat
Een klasse op de verpakking is een belofte van de fabrikant. Pas een kalibratiecertificaat laat zien hoe het gewicht er op een bepaald moment voor stond. Op dat certificaat staan onder meer de gemeten conventionele massa, de afwijking ten opzichte van de nominale waarde, de meetonzekerheid en de beoordeling tegen de klasse. Ook staat erop met welke referenties is gemeten en hoe die herleidbaar zijn naar nationale standaarden.
Een certificaat heeft geen wettelijke houdbaarheidsdatum. Uw kwaliteitssysteem bepaalt hoe lang u erop vertrouwt, meestal met een vast kalibratie-interval. Hoe u dat interval kiest, leest u in Hoe vaak moet u gewichten herkalibreren?
Wat wij in de praktijk tegenkomen
In ons laboratorium zien wij regelmatig dat de naam van een gewicht meer belooft dan het gewicht waarmaakt. Een paar voorbeelden:
- Gewichten zonder klasse. Goedkope ijkgewichten uit een webwinkel hebben soms geen OIML-klasse en geen certificaat. Bij de eerste kalibratie blijkt dan of ze aan een klasse voldoen.
- Oude ijkmerken. Gietijzeren gewichten met een ingeslagen ijkmerk worden soms nog als betrouwbaar beschouwd, terwijl roest en vuil de massa al jaren veranderen.
- Het interne kalibratiegewicht van een balans. Veel balansen hebben een ingebouwd gewicht. Daarmee justeert de balans zichzelf, maar dat vervangt geen controle met een extern gewicht met certificaat.
- Klasse en materiaal die niet passen. Een gietijzeren gewicht kan een kleine afwijking hebben, maar voldoet door materiaal en oppervlak toch niet aan de eisen van een F-klasse.
In al deze gevallen helpt het om niet op de naam te vertrouwen, maar het gewicht te beoordelen op klasse, staat en certificaat.
Hoe MASSLAB u helpt
MASSLAB kalibreert gewichten in eigen huis in de klassen F1, F2, M1, M2 en M3, van 1 mg tot 2.000 kg. Wij noemen uw gewichten zoals u ze kent, maar beoordelen ze tegen de eisen van OIML R111. Voldoet een gewicht niet, dan bespreken wij of reinigen, justeren of gebruik in een lagere klasse mogelijk is. Wilt u weten in welke klasse uw ijkgewichten vallen, bekijk dan onze werkwijze bij gewichten kalibreren of kies nieuwe gewichten in de webshop.