Een kalibratie laat zien hoe een weegschaal weegt op de dag dat de technicus langs was. Wat er daarna gebeurt, ziet niemand, tenzij u het zelf bijhoudt. Een stoot tegen het plateau, een verplaatsing of vuil onder de weegbak kan de aanwijzing ineens laten verschuiven. Blijft dat tot de volgende kalibratie onopgemerkt, dan kan een heel jaar aan wegingen ter discussie staan.
Met een eenvoudige tussentijdse controle met een gekalibreerd gewicht verkleint u dat risico. U leest hier welk gewicht u nodig hebt, hoe vaak u controleert, hoe u de controle uitvoert en vastlegt en wat u doet bij een afwijking. Zo’n controle vervangt de periodieke kalibratie van uw weegschaal niet, maar vult die aan.
Waarom een tussentijdse controle zinvol is
Normen zoals ISO 9001 vragen niet alleen om gekalibreerde meetmiddelen. Ze vragen ook dat u maatregelen neemt zodra blijkt dat een meetmiddel niet meer geschikt is. Een tussentijdse controle is daarvoor het praktische instrument. Bij audits zien wij dat een goed bijgehouden controlelogboek het certificaat sterk aanvult, omdat het laat zien dat de weegschaal ook tussen twee kalibraties is bewaakt.
Een controle is geen kalibratie. U bepaalt geen meetonzekerheid en u meet meestal op een of twee punten. Het doel is eenvoudiger: tijdig zien dat er iets is veranderd.
Welk controlegewicht kiest u?
Het controlegewicht moet duidelijk nauwkeuriger zijn dan de weegschaal die u controleert. Een bruikbare vuistregel komt uit OIML R76: de fout van het gewicht is hoogstens een derde van de toelaatbare fout van de weegschaal bij die belasting. Bij een weegschaal die niet geijkt is, gebruikt u in plaats van de wettelijke fout de tolerantie uit uw eigen kwaliteitssysteem.
Voorbeeld: geijkte weegschaal klasse III
Een weegschaal met Max 30 kg en ijkwaarde e = 10 g heeft bij 20 kg, dat is 2.000 e, een toelaatbare fout van ±10 g volgens de tabel voor de eerste keuring. Een derde daarvan is ongeveer 3,3 g. Een M1-gewicht van 20 kg mag ±1 g afwijken en is ruim geschikt. Een M2-gewicht (±3 g) past nog net, een M3-gewicht (±10 g) niet.
Voorbeeld: analytische balans
Stel dat uw procedure voor een analytische balans een tolerantie van ±1 mg bij 100 g hanteert. Een derde daarvan is ongeveer 0,33 mg. Een F1-gewicht van 100 g (±0,5 mg) is dan te grof; een E2-gewicht (±0,16 mg) voldoet wel. Voor precisiebalansen met een ruimere tolerantie is F1 of F2 meestal voldoende.
Kies bij voorkeur een gewicht in het deel van het bereik waar u het meest weegt, en eventueel een tweede dicht bij Max. Controlegewichten per klasse vindt u in de webshop, bijvoorbeeld F1-gewichten en M1-gewichten. Meer hulp bij de keuze leest u in welk kalibratiegewicht heb ik nodig. Gebruik altijd een gewicht met een geldig certificaat en behandel het zorgvuldig, zie bewaren van kalibratiegewichten.
Hoe vaak controleert u?
De frequentie volgt uit hetzelfde risico als het kalibratie-interval. Richtpunten die wij in de praktijk vaak tegenkomen:
- Dagelijks of bij aanvang van elke dienst: balansen voor kritische inweging, weegschalen waarmee producten worden vrijgegeven en controleweegschalen in de productie.
- Wekelijks: intensief gebruikte tafel- en vloerweegschalen en laboratoriumbalansen voor routinewerk.
- Maandelijks: weegschalen met beperkt gebruik in een stabiele omgeving.
- Altijd extra: na verplaatsen, een val of stoot, overbelasting, reiniging waarbij het plateau is verwijderd en bij twijfel over een resultaat.
Begin liever te vaak dan te weinig. Blijken de resultaten na enkele maanden stabiel, dan kunt u de frequentie onderbouwd verlagen. Zie ook hoe vaak u een weegschaal laat kalibreren.
De controle stap voor stap
- Voorbereiden. Zorg dat de weegschaal volgens de handleiding is opgewarmd, schoon is en waterpas staat. Kijk naar de libel.
- Gewicht laten acclimatiseren. Laat het controlegewicht de temperatuur van de ruimte aannemen. Bij fijne balansen kan dat even duren.
- Nulstand controleren. Zet de weegschaal met een leeg plateau op nul en controleer of de aanwijzing stabiel is.
- Gewicht plaatsen. Zet het gewicht in het midden van het plateau. Gebruik handschoenen of een pincet voor kleine gewichten en geschikte hulpmiddelen voor zware gewichten.
- Aflezen. Wacht tot de aanwijzing stabiel is en noteer de waarde.
- Afnemen en nul controleren. Neem het gewicht weg en kijk of de weegschaal weer op nul terugkomt.
- Beoordelen en vastleggen. Vergelijk het verschil met uw grenzen en noteer het resultaat.
Doe daarnaast met een lagere frequentie, bijvoorbeeld maandelijks, een uitgebreidere controle. Zet het gewicht ook op de hoeken om de excentriciteit te volgen, of weeg het een aantal keren achter elkaar om de herhaalbaarheid te beoordelen.
Registratie en actiegrenzen
Een controle die niet is vastgelegd, bestaat voor een auditor niet. Noteer per controle minimaal: de identificatie van de weegschaal, datum en tijd, het gebruikte gewicht met zijn nummer, de aanwijzing, het verschil met de waarde van het gewicht, het oordeel en de paraaf van degene die controleerde. Een logboek bij de weegschaal of een eenvoudig digitaal formulier volstaat.
Werk bij voorkeur met twee grenzen:
| Grens | Voorbeeld | Actie |
|---|---|---|
| Waarschuwingsgrens | Twee derde van uw tolerantie | Controle herhalen, weegschaal en omgeving nalopen, tijdelijk vaker controleren |
| Actiegrens | Uw tolerantie | Weegschaal buiten gebruik, oorzaak zoeken, kalibratie of reparatie laten uitvoeren |
Zet de resultaten in een eenvoudige grafiek. Dan ziet u een geleidelijke verschuiving al voordat een grens wordt bereikt.
Wat doet u bij een afwijking?
Controleer eerst de eenvoudige oorzaken. Staat de weegschaal waterpas? Raakt het plateau ergens aan? Ligt er vuil onder? Is er tocht of trilling, en is het gewicht schoon en op temperatuur? Herhaal daarna de controle. Blijft de afwijking buiten de actiegrens, neem de weegschaal dan buiten gebruik en markeer dat duidelijk.
Beoordeel vervolgens welke wegingen sinds de laatste goede controle beïnvloed kunnen zijn. Juist daarom loont regelmatig controleren: hoe korter de periode, hoe kleiner de gevolgen.
Justeer een geijkte weegschaal niet zelf. Gebruik alleen functies die de fabrikant voor de gebruiker beschikbaar stelt zonder dat een zegel wordt verbroken, zoals bij sommige balansen de interne justeerfunctie. Is voor justeren toegang tot verzegelde instellingen nodig, dan vervalt de ijk en is een herkeuring nodig. Ook bij een niet-geijkte weegschaal is het verstandig een justering vast te leggen en daarna opnieuw te controleren, zodat de historie klopt.
Hoe MASSLAB u helpt
MASSLAB kalibreert weegschalen volgens EURAMET cg-18 en kalibreert controlegewichten in de klassen F1, F2, M1, M2 en M3 in het eigen laboratorium. Neemt u uw controlegewichten mee in het kalibratiebezoek, dan zijn weegschaal en gewicht in een keer bijgewerkt. Laat uw logboek een afwijking zien, dan kunnen wij de weegschaal kalibreren en, bij een geijkte weegschaal na justering, als Erkend Keurder herkeuren. Meer informatie vindt u bij weegschaal kalibreren.